Tijdens een retraite gebeurt er vaak iets bijzonders wanneer het stiller wordt.
Niet alleen in jezelf, maar ook in het contact met alles om je heen.
Op onze finca leven drie kleine honden en twee katten. Ze horen bij de plek, maar ze zijn geen onderdeel van een programma en hoeven niets te doen. Juist daardoor ontstaat het contact vaak vanzelf.
Onze honden zijn lief en sensitief. Ze zoeken geregeld zelf de gasten op. Soms komen ze rustig naast iemand zitten, soms willen ze op schoot en soms vragen ze heel duidelijk om een aai. Ook onze katten kiezen hun eigen momenten. Ze komen dichtbij, gaan ergens in de buurt liggen of laten zich uitgebreid aaien.
Voor veel gasten is dat contact heel fijn.
Tijdens een retraite valt een deel van de gewone afleiding weg. Er is minder praten, minder telefoon, minder haast. Daardoor lijkt er ook meer ruimte te ontstaan om kleine dingen op te merken. Een hond die tegen je been aan komt zitten. Een kat die precies op een rustig moment naast je verschijnt. De warmte van een dier op schoot. Een zachte vacht onder je hand.
Soms horen we van gasten dat ze zich door een van de dieren getroost voelen. Of dat een hond juist bij hen komt zitten op een moment waarop er veel geraakt wordt. We weten natuurlijk niet precies wat een dier voelt of waarom het op een bepaald moment iemand opzoekt. Maar dieren zijn gevoelig voor onze houding, beweging, stem, geur en spanning. En wie zelf rustiger wordt, gaat misschien ook beter zien wat een dier al die tijd laat merken.
Het mooie is dat er niets hoeft.
Een gast hoeft geen contact te maken met de dieren. En onze honden en katten hoeven ook niet beschikbaar te zijn. Contact ontstaat alleen wanneer het van beide kanten goed voelt.
Misschien is juist dat zo waardevol tijdens een retraite.
Niet alles hoeft uitgelegd of opgelost te worden. Soms is aanwezig zijn genoeg.
Een hand op een warme hondenrug. Een kat die spinnend naast je ligt. Even niets zeggen.
Sommige gasten vragen zelfs of een hond of kat bij hen op de kamer mag slapen. Dat begrijpen we heel goed, want juist in zo’n week kan er een bijzondere band ontstaan. Toch doen we dat niet. De dieren hebben hun eigen ritme, hun eigen plek en ook hun rust nodig. Overdag is er alle ruimte voor contact, maar ’s nachts slapen ze op hun vertrouwde plek.
Misschien zit daar ook iets moois in.
Werkelijk contact betekent niet alleen nabijheid zoeken, maar ook grenzen respecteren.
Dat geldt voor mensen.
En misschien net zo goed voor dieren.